Beroepspensioenwet (Wvb)
Vanaf 1 januari 2006 is de ‘Wet verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling’ (Wvb) van toepassing. Deze beroepspensioenwet regelt het pensioen voor vrije beroepsbeoefenaren.

Stethoscoop aan de wilgen
Waarom een beroepspensioenwet?
De nieuwe beroepspensioenwet is er onder andere gekomen na inspanningen van de verschillende beroepspensioenfondsen, verenigd in de Unie van Beroepspensioenfondsen (UvB). Dit gebeurde naar aanleiding van kabinetsplannen (in 2000) om de voorganger van de huidige wet, de Wet verplichte deelname aan beroepspensioenfondsen (Wet Bpr), af te schaffen. De beroepsorganisaties waren het erover eens dat afschaffing van de wet én de verplichte deelname nadelig zouden zijn voor het pensioen van de vrije beroepsbeoefenaren.

Bewuste keuze
Beroepsgroepen met een verplichte pensioenregeling hebben daar bewust voor gekozen. Een beroepspensioenregeling is een regeling van, voor en door beroepsgenoten: zónder winstdoelstelling voor andere belanghebbenden dan de deelnemers, gewezen deelnemers en de gepensioneerden. Door het pensioen collectief te regelen, is er voor de individuele deelnemer een (basis)pensioenregeling. Als dat niet zou gebeuren, zou de deelnemer meer premie betalen voor hetzelfde pensioen of minder pensioen opbouwen voor hetzelfde geld.

Strenge eisen
De Wvb stelt strenge eisen aan de representativiteit. Dat houdt onder andere in dat het draagvlak voor de pensioenregeling voortaan eens in de vijf jaar getoetst moet worden door een beroepspensioenvereniging. Ook mag er bij de pensioenopbouw geen onderscheid meer worden gemaakt naar sekse of leeftijd (solidariteit). Daarnaast stelt de Wvb eisen ten aanzien van de modernisering van de pensioenregeling. Bijvoorbeeld met betrekking tot waardeoverdracht en uitruil.

De nieuwe beroepspensioenwet is vanaf 1 januari 2006 van kracht en heeft geen gevolgen voor pensioen dat tot en met 2006 is opgebouwd of al wordt uitgekeerd.